SłownikiForumKontakt

   Rosyjski +
Google | Forvo | +
czasownik | czasownik | do fraz

занимать

czas.
akcenty
posp. bekleden (пост); beren; beslaan (пространство); bewonen (здание); bezetten (место, время); bezighouden (кого-л.); borgen; de dienst waarnemen (должность и т.п.); lenen; occuperen; ontlenen
kolej., komun. beleggen (путь, линию)
mor. innemen (место)
telef. bezetmaken; bezetten (линию)
заниматься czas.
posp. beoefenen (чем-л.); dagen (о заре); doen aan iets (чем-л.); drijven (чем-л.); ergens aan mee bezig zijn (чем-л.); uitoefenen (ремеслом, торговлей и т.п.); zich met iets afgeven (чем-л.); zich met iets bezighouden (чем-л.); zich met iets ophouden (чем-л.); zich occuperen met (чем-л., кем-л.)
заниматьфункцию czas.
posp. vervullen (ЛА)
занимать
: 115 do fraz, 9 tematyki
Drukarstwo1
Grubiański9
Morski1
Nieformalny19
Pospolicie78
Powiedzenie2
Przenośnie2
Technika i technologia2
Wulgaryzm1