DiccionariosForoContactos

   Inglés Neerlandés +
Google | Forvo | +
assemble
 assemble
cienc. constr. monteren; opstellen
equip. assembleren; opnemen van deelprogramma
industr. constr. confectioneren; samenbouwen
inmigr. tec. vergaren
IT tec. metal. assembleren
 assembling
cienc. ingen. montage; verbindingsmethode
| insurance
 insurance
ambient. verzekering
econ. verzekering
jur. segur. transp. assurantie
| record
 record
gen. geluids opnames
electr. plaat
jur. akte
transp. inschrijven; noteren
 recording
cienc. tec. registratie
estad. aantekening; notatie
- se han encontrado palabras individuales

sustantivo | verbo | a las frases

assemble

[ə'semb(ə)l] s
equip. assembleren; opnemen van deelprogramma
to assemble [ə'semb(ə)l] v
cienc., constr. monteren; opstellen
inmigr., tec. vergaren
IT, tec., metal. assembleren
assemble [ə'semb(ə)l] v
industr., constr. confectioneren; samenbouwen
assembling [ə'semblɪŋ] v
cienc., ingen. montage; verbindingsmethode
derech. vergaren
assemble insurance record
: 1 a las frases, 1 temas
Seguros1