![]() |
| |||
| afbeelden; affecteren; afschilderen; bijbrengen (довод, свидетельство); de mogelijkheid bieden; inleiden (человека); onderstellen (себе); opvoeren; overleggen (документы); presenteren; uitbeelden; uithalen; verbeelden; vertegenwoordigen; vertonen; voordragen (к должности); voorleggen; voorstaan (интерес); voorstellen (кого-л., что-л.); zich inbeelden (себе); inleven (IMA); bieden (Сова) | |||
| vertolken | |||
| |||
| aan het hof komen (ко двору); schijnen; voorwenden (не тем, что есть); zich aanbieden; zich aandienen; zich aanmelden; zich melden; zich presenteren; zich voordoen (о случае, возможности); zich voorstellen; dunken (Stasje) | |||
| |||
| gelegd (Krijndel) | |||
| |||
| pleiten (slot) | |||
| |||
| verwerken (Alexander Oshis) | |||
|
представлять : 30 phrases in 3 subjects |
| Figurative | 1 |
| General | 25 |
| Technology | 4 |