DictionaryForumContacts

   Russian +
Google | Forvo | +
verb | verb | to phrases

начинаться

v
stresses
gen. aan de gang zijn; aanbreken; aangaan; aanvangen; beginnen; een aanvang nemen; ingaan; invallen (о погоде, времени); inzetten; ontspringen; zich ontspinnen; van start gaan (Сова)
tech. aanzetten; uitlopen
начинать v
gen. aan de gang brengen; aanbreken (бочку, бутылку); aanheffen (петь или говорить); aansteken (бочку); aanvangen; acquit geven; beginnen; openen (собрание); tijgen; zetten; preluderen (ms.lana); starten (Wif); aanpakken (Wieringa); aanknopen (Мардж Симпсон)
fig. van wal steken
tech. aanzetten; uitbarsten
начинающая prtc.
gen. beginnelinge
начинаться
: 33 phrases in 7 subjects
Dialectal1
Figurative4
General24
Microsoft1
Military1
Mining1
Technology1