![]() |
| |||
| smoezelen; bazelen; bomen (непринуждённо); brabbelen; doorslaan; flappen; hannesen; kallen; kletsen; kletspraatjes verkopen; kouten; kwetteren; met iem. een praatje maken (с кем-л.); plapperen; praatjes verkopen; praten; rabbelen; rammelen; ratelen; rellen; sabberen; snappen; snateren; wauwelen; zabbelen; zeveren; ouwehoeren (ЛА); smoezen; uitkakelen (Сова) | |||
| lameren (Сова) | |||
| kleppen; kwekken | |||
| een eind weg praten (Сова) | |||
| lullen; parlementen | |||
| |||
| bungelen; gieren; slobberen (об одежде); slodderen; slungelen; bengelen; rondslenteren (по улицам Lichtgestalt) | |||
| |||
| keuvelen | |||
|
болтать : 28 phrases in 4 subjects |
| Dialectal | 1 |
| Figurative | 1 |
| General | 22 |
| Informal | 4 |